
Geld en koopkracht
Inflatie en koopkracht uitgelegd
Inflatie betekent dat prijzen gemiddeld stijgen. Voor hetzelfde bedrag kun je daardoor na verloop van tijd minder kopen. Dat is de reden dat €100 vandaag niet automatisch dezelfde koopkracht heeft als €100 van vijf of tien jaar geleden.
Je saldo op je bankrekening verandert hierdoor niet vanzelf. Er staat nog steeds €100. Het verschil merk je wanneer je met dat bedrag boodschappen, kleding of een dienst wilt betalen.
Een eenvoudig voorbeeld
Een vergelijkbare winkelwagen met boodschappen kostte in 2016 €100. Als diezelfde boodschappen nu €140 kosten, heb je nu €140 nodig om precies hetzelfde te kopen. Met je oorspronkelijke €100 kun je dus minder boodschappen kopen. Je hebt nog steeds €100, maar daarvoor krijg je niet meer hetzelfde als vroeger.
Wat is er met €100 gebeurd?
Voor een vergelijking over langere tijd wordt vaak gekeken naar de consumentenprijsindex van het CBS. Die index volgt de gemiddelde prijsontwikkeling van goederen en diensten die Nederlandse huishoudens kopen.
Op basis van de beschikbare CBS-cijfers tot en met augustus 2026 komt een vergelijking ongeveer hierop neer:
- €100 uit september 2021 heeft ongeveer de koopkracht van €79 in augustus 2026;
- €100 uit september 2016 heeft ongeveer de koopkracht van €72 in augustus 2026.
Dit zijn gemiddelden. Jouw persoonlijke inflatie kan anders zijn, omdat niet iedereen hetzelfde uitgeeft. Wie bijvoorbeeld relatief veel aan energie, huur of boodschappen besteedt, kan prijsstijgingen anders ervaren dan het gemiddelde huishouden.
Waarom wordt Bitcoin hierbij genoemd?
Bitcoin wordt hierbij genoemd omdat het monetaire ontwerp sterk verschilt van dat van de euro. De maximale voorraad is vastgelegd op 21 miljoen bitcoin. Door de halving wordt de uitgifte ongeveer iedere vier jaar gehalveerd. Er komen dus steeds minder nieuwe bitcoin bij. Bitcoin heeft daarmee een schaars ontwerp met een deflationair karakter: de nieuwe uitgifte neemt steeds verder af en stopt uiteindelijk wanneer de maximale voorraad van 21 miljoen bitcoin is bereikt.
Bij de euro ligt dat anders. De hoeveelheid euro’s in omloop kan worden vergroot door het monetaire systeem. Als de hoeveelheid geld sneller groeit dan de hoeveelheid goederen en diensten, stijgen gemiddeld de prijzen en daalt de koopkracht van een euro. Dat is de kern van het verschil: euro’s kunnen worden bijgecreëerd, terwijl Bitcoin uiteindelijk een vast eindaanbod heeft.
Dat verschil is een belangrijke reden waarom Bitcoin vaak wordt gezien als bescherming tegen inflatie. Op de pagina met de Bitcoin/euro-grafiek zie je hoe dit verschil zich in de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld. In die historische periode bood Bitcoin dus bescherming tegen geldontwaarding en zelfs veel meer dan dat.
Of dat in iedere toekomstige periode opnieuw zo uitpakt, kan niemand garanderen. Bitcoin blijft een volatiele asset en kan tussentijds of jarenlang dalen. De conclusie uit deze grafiek is daarom niet dat Bitcoin zonder risico is, maar wel dat de schaarste en het halving-mechanisme Bitcoin op lange termijn een sterke bescherming tegen inflatie kunnen geven.
Inflatie is niet hetzelfde als een dalende eurokoers
Wanneer de grafiek op deze website laat zien dat de euro-koopkracht daalt, betekent dat niet dat de euro op je rekening minder euro’s wordt. Het betekent dat het gemiddelde prijsniveau is gestegen en dat je met hetzelfde bedrag minder kunt kopen.
De vergelijking met Bitcoin laat vervolgens zien hoe verschillend twee bezittingen zich in dezelfde periode kunnen ontwikkelen. Dat maakt de grafiek leerzaam, maar de historische uitkomst zegt niet automatisch wat er in de toekomst zal gebeuren.
Verder kijken
Bitcoin versus de euro
Bekijk in de vaste grafiek hoe de waarde van Bitcoin en de koopkracht van de euro zich over ongeveer tien jaar tot elkaar verhouden.
Bekijk de grafiek